3 - Externe analyse
Concurrentieanalyse:
Organisatie: Sportgeneeskunde Rotterdam
Centrale vraag: Hoe kan Sportgeneeskunde Rotterdam haar sportmedische expertise zo positioneren dat bedrijven de meerwaarde van haar vitaliteitsdiensten daadwerkelijk erkennen en afnemen?
3.1 Marktcontext
Werkgevers investeren steeds vaker in vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Werk gerelateerd verzuim veroorzaakt hoge maatschappelijke en economische kosten. Stress, burn-out en fysieke klachten behoren tot de belangrijkste oorzaken van langdurig verzuim in Nederland (TNO, 2023). Daarnaast laat onderzoek zien dat preventieve gezondheidsprogramma’s op de werkvloer een positief effect kunnen hebben op productiviteit en verzuimreductie (Deloitte, 2022). Wat de prestaties kan verbeteren.
Werkgevers zoeken daarom steeds vaker naar interventies die werknemers fysiek en mentaal gezond houden. De markt voor vitaliteit en bedrijfsgezondheid groeit daardoor snel.
Er zijn in deze markt meerdere soorten aanbieders:
- Arbodiensten
- Sportmedische centra
- Corporate fitness aanbieders
- Digitale vitaliteitsplatforms
- Bedrijfscoaches en leefstijlprogramma’s
Sportgeneeskunde Rotterdam biedt medische sportzorg aan en draagt bij aan de bedrijfsgezondheid. Ze concurreren daardoor niet alleen met de sportmedische centra maar ook met de aanbieders die vitaliteitsdiensten aan werkgevers verkopen.
3.2 Directe concurrenten
Sportgeneeskunde Rotterdam levert sportmedische zorg en biedt daarnaast vitaliteitsdiensten voor bedrijven. De challenge luidt: hoe kan Sportgeneeskunde Rotterdam haar sportmedische expertise zo positioneren dat bedrijven de meerwaarde van deze diensten erkennen en afnemen. Daarom moeten directe concurrenten worden gezien als organisaties die werkgevers benaderen of kunnen helpen met diensten rondom gezondheid, inzetbaarheid en fysieke belastbaarheid van werknemers.
De directe concurrenten komen uit twee richtingen:
- Arbodiensten
- Vitaliteitsaanbieders
De meeste concurrenten richten zich maar op één onderdeel van gezondheid op de werkvloer. Arbodiensten richten zich op verzuimbegeleiding. Vitaliteitsplatforms richten zich op gedrag en/of coaching en sportmedische centra richten zich voornamelijk op bewegen. (Bijlage 5 Directe concurrenten)
3.3 Indirecte concurrenten
Indirecte concurrenten bieden diensten die werknemers gezonder of fitter moeten maken. Hun aanpak richt zich op gedrag, beweging of mentale ondersteuning. Zij bieden echter geen medische analyse of wetenschappelijk onderzoek en komen dan ook niet met een duidelijke interventie over hoe het probleem opgelost kan worden. Daardoor concurreren zij indirect met de diensten van Sportgeneeskunde Rotterdam. (Bijlage 6 Indirecte concurrenten)
Sportgeneeskunde Rotterdam onderscheidt zich van andere aanbieders door:
- De deskundigheid van het vitaliteitsteam, waaronder een leefstijlarts met meer dan 20 jaar ervaring op het gebied van medische keuringen en een vitaliteitscoach met een masteropleiding psychologie op zak
- De unieke opzet van het PMO, waarbij we niet alleen een labonderzoek en inspanningsonderzoek doen maar iemand ook een (korte) periode monitoren in de thuis- en werkomgeving om o.a. stress en slaap in kaart te brengen;
een uitgebreid netwerk in de regio met veel mogelijkheden om iemand te helpen met leefstijlinterventies op maat zoals mentale coaching, hulp bij voeding of een passend beweegaanbod
- Een vitaliteitsplatform waarbij de deelnemer de resultaten kan inzien en bovendien een werkgever die de groepsresultaten (anoniem) kan inzien én vergelijken. (Sportgeneeskunde Rotterdam, 2026)
3.4 Trends & Ontwikkelingen
Uit de trends en ontwikkelingen blijkt dat de vraag naar vitaliteit binnen organisaties toeneemt. Werkgevers zien verzuim als een belangrijk probleem en zoeken naar oplossingen om dit te verminderen (TNO, 2023). Tegelijkertijd willen bedrijven investeren in interventies die daadwerkelijk bijdragen aan productiviteit en duurzame inzetbaarheid (Deloitte, 2022).
Ondanks deze groeiende behoefte blijft het voor bedrijven lastig om onderscheid te maken tussen aanbieders. De markt is versnipperd en veel organisaties bieden vergelijkbare diensten aan zonder duidelijk bewijs dat hun vitaliteitsprogramma werkt en een bedrijf verder helpt. Hierdoor ontstaat twijfel bij bedrijven over de meerwaarde van vitaliteitsprogramma’s.
Daarnaast laat de praktijk zien dat inzicht in gezondheid niet automatisch leidt tot gedragsverandering. Een groot deel van de deelnemers onderneemt geen actie na een vitaliteitsonderzoek en slechts een klein deel verandert structureel gedrag. Dit maakt het voor bedrijven moeilijk om het rendement van deze programma’s te beoordelen (Michie et al., 2011).
Voor Sportgeneeskunde Rotterdam betekent dit dat de uitdaging niet ligt in het aanbod, maar in de positionering. De organisatie beschikt over een medisch onderbouwd programma, maar deze waarde wordt nog onvoldoende vertaald naar concrete voordelen voor bedrijven.
Om beter aan te sluiten bij de markt is het belangrijk dat Sportgeneeskunde Rotterdam de focus legt op het aantonen van impact. Denk hierbij aan het verlagen van verzuim, het verbeteren van productiviteit en het vergroten van duurzame inzetbaarheid. Door deze vertaalslag te maken kan de organisatie zich sterker positioneren als strategische partner voor bedrijven en beter inspelen op de huidige ontwikkelingen binnen de vitaliteitsmarkt.
Overzicht trends en ontwikkelingen (Bijlage 7 DESTEP-analyse)
ABCD- analyse
Afnemersanalyse
Voor het analyseren van de afnemers is gebruikgemaakt van de 6W’s van Ferrel. Hieruit blijkt dat de doelgroep voornamelijk bestaat uit werkgevers die te maken hebben met verzuim en duurzame inzetbaarheid.
Besluitvorming ligt hierbij vooral bij HR-managers, directie en arboprofessionals. Opvallend is dat bedrijven vooral behoefte hebben aan concrete en meetbare resultaten, zoals verzuimreductie en productiviteitsverbetering.
Tegelijkertijd blijkt dat bedrijven moeite hebben om de vertaalslag te maken van medische inzichten naar bedrijfswaarde, wat leidt tot twijfel over de effectiviteit van vitaliteitsprogramma’s.
De volledige analyse is opgenomen in de bijlage (zie bijlage 10. enquêteresultaten en bijlage 12. 6W-analyse).
Bedrijfsttakanalyse
De markt voor vitaliteit en bedrijfsgezondheid verschuift steeds meer van reactief naar preventief. Werkgevers investeren vaker in interventies om verzuim te verminderen en duurzame inzetbaarheid te verbeteren (TNO, 2023; Deloitte, 2022).
Tegelijkertijd is de markt sterk versnipperd, waardoor het voor bedrijven lastig is om onderscheid te maken tussen aanbieders. Daarnaast blijkt dat gedragsverandering complex is en dat de effectiviteit van programma’s niet altijd duidelijk zichtbaar is (Michie et al., 2011).
Dit betekent dat de uitdaging voor Sportgeneeskunde Rotterdam vooral ligt in het duidelijk communiceren van de meerwaarde richting bedrijven.
De volledige analyse is opgenomen in de bijlage. (zie bijlage 7, Destep)
Concurrentie analyse
De markt bestaat uit verschillende typen aanbieders, zoals arbodiensten, sportmedische centra en vitaliteitsplatforms. Deze richten zich vaak op één onderdeel van vitaliteit, terwijl Sportgeneeskunde Rotterdam juist een combinatie biedt van medische diagnostiek en preventie.
Hoewel dit onderscheid aanwezig is, blijkt dat bedrijven dit in de praktijk niet altijd herkennen. Hierdoor heeft het onderscheidend vermogen nog onvoldoende invloed op de keuze van bedrijven.
De volledige analyse is opgenomen in de bijlagen (zie bijlage 5, directe concurrenten en bijlage 6, indirecte concurrenten).
Distirbutie analyse
Sportgeneeskunde Rotterdam bereikt bedrijven voornamelijk via directe B2B-contacten en bestaande netwerken. Hierdoor komt de organisatie vaak pas in beeld wanneer er al een probleem speelt.
Daarnaast blijkt dat vooral in de fase na uitvoering een knelpunt ontstaat, waarbij de vertaling van resultaten naar concrete bedrijfswaarde onvoldoende duidelijk is voor organisaties.
De volledige analyse is opgenomen in de bijlage (zie bijlage 8. ABCD analyse).
3.5 Enquête klanten
Uit de resultaten van de enquête is gebleken dat het programma van Sportgeneeskunde Rotterdam in de basis als waardevol gezien wordt, maar de uitvoering op meerdere punten verbeterd kan worden. Het grootse deel van de respondenten geeft aan dat ze het programma zouden aanbevelen en dat laat zien dat er vertrouwen is in de meerwaarde. Deze meerwaarde zit vooral in het creëren van bewustwording rondom gezondheid en het geven van inzicht in de fysieke gesteldheid van medewerkers. In sommige gevallen draagt het programma ook bij aan het verlagen van ziekteverzuim en het verbeteren van productiviteit.
Tegelijkertijd komt naar voren dat deze meerwaarde niet altijd volledig tot zijn recht komt. De tevredenheid van respondenten loopt ook uiteen, wat aangeeft dat de ervaring met het programma niet consistent is. Dit wijst erop dat de uitvoering en begeleiding per organisatie verschillen, waardoor het effect van het programma niet over hetzelfde is.
Een belangrijk knelpunt dat uit de enquête naar voren komt, is de communicatie. Respondenten geven aan dat er onvoldoende terugkoppeling wordt gegeven over de resultaten. Hierdoor is het voor organisaties lastig om inzichten te krijgen in de opbrengsten van het programma en om de intern te bespreken. Dit hangt samen met een tweede probleem, namelijk het ontbreken van een duidelijke business case. Hoewel de waarde individueel niveau vaak wordt erkend is deze moeilijk te vertalen naar concrete of meetbare resultaten voor de organisaties.
Daarnaast spelen praktische belemmeringen een rol. Er wordt onder andere genoemd dat de deelname van medewerkers laag is, dat er weinig tijd beschikbaar is en dat onderdelen van het programma, zoals vragenlijsten, als belastend worden ervaren. Dit maakt de implementatie van het programma minder effectief.
Er is ook behoefte aan meer samenhang en duidelijker totaalpakket, waarin bijvoorbeeld fysieke en mentale gezondheid gecombineerd worden en beter wordt aangesloten andere betrokken partijen, zoals bedrijfsartsen.
Op basis van deze resultaten kan geconcludeerd worden dat het programma inhoudelijk sterk is en duidelijke potentie heeft. Deze potentie wordt niet alleen volledig benut. De belangrijkste verbeterpunten liggen in de communicatie richting de bedrijven, de onderbouwing van de waarde en manier waarop het programma wordt aangeboden en geïmplementeerd. Door hierop in te spelen kan de effectiviteit van het programma worden vergroot en kan de meerwaarde ervan benut worden binnen de organisaties.
(Zie de volledige resultaten van de enquête in bijlage 10. Enquete resultaten )
3.5.1 Enquete potentiële afnemers
- Bedrijven vinden verzuimreductie, duurzame inzetbaarheid belangrijk
- Meer concrete en meetbare resultaten
- Behoefte aan duidelijke communicatie
- Oplossingen die direct toepasbaar zijn
- Organisaties staan meer open voor een programma wanneer de meerwaarde zichtbaar en tastbaar wordt gemaakt
- Bedrijven zoeken concrete begeleiding en vervolgacties aanbiedt
- Direct contact kunnen opnemen met Sportgeneeskunde Rotterdam
3.6 VPC
Uit de Value Proposition Canvas (VPC) blijkt dat het aanbod van Sportgeneeskunde Rotterdam inhoudelijk goed aansluit op de behoeften van bedrijven. Het vitaliteitsprogramma biedt verschillende middelen en interventies die bijdragen aan het verbeteren van de gezondheid van medewerkers en het verminderen van ziekteverzuim.
Tegelijkertijd laat de analyse zien dat bedrijven vooral behoefte hebben aan duidelijke en meetbare resultaten. Organisaties willen niet alleen inzicht in de gezondheid van medewerkers, maar ook begrijpen wat dit concreet oplevert voor de organisatie, bijvoorbeeld in termen van verzuimreductie en productiviteit.
Deze vertaalslag van medische inzichten naar bedrijfswaarde is in de huidige aanpak nog onvoldoende aanwezig. Hierdoor wordt de meerwaarde van het programma niet altijd duidelijk ervaren door bedrijven.
De VPC laat daarmee zien dat er sprake is van een goede inhoudelijke fit tussen het aanbod van Sportgeneeskunde Rotterdam en de behoeften van bedrijven op het gebied van vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Tegelijkertijd is er een duidelijke gap zichtbaar in de communicatie en vertaling van deze waarde.
Dit betekent dat de uitdaging niet ligt in het aanbod zelf, maar in het concreet en begrijpelijk maken van de impact voor bedrijven.
De volledige uitwerking van de Value Proposition Canvas is opgenomen in de bijlage (zie bijlage 9. VPC).
3.7 Persona
Op basis van interviews, enquêtes en praktijkobservaties zijn twee persona’s opgesteld die de belangrijkste besluitvormers binnen organisaties representeren. Deze persona’s geven inzicht in de behoeften, motivaties en drempels bij het afnemen van vitaliteitsdiensten.
De eerste persona, de HR-manager, richt zich voornamelijk op het verlagen van ziekteverzuim en het verbeteren van duurzame inzetbaarheid. Hierbij speelt de behoefte aan meetbare resultaten en een duidelijke vertaalslag naar bedrijfsimpact een belangrijke rol.
De tweede persona, de operationeel manager, is vooral gericht op praktische oplossingen die direct toepasbaar zijn op de werkvloer. Voor deze persona is het belangrijk dat een vitaliteitsprogramma leidt tot minder uitval en beter functionerende medewerkers, zonder dat dit veel tijd of complexiteit met zich meebrengt.
Beide persona’s laten zien dat de behoefte aan vitaliteitsoplossingen aanwezig is, maar dat de uitdaging ligt in het concreet maken van de meerwaarde en het verlagen van drempels zoals onduidelijkheid over effectiviteit en privacy.
De volledige uitwerking van de persona’s is opgenomen in de bijlage (zie bijlage 13. persona’s).
3.8 Customer journey
Het probleem van Sportgeneeskunde Rotterdam niet ligt in de kwaliteit van het programma, maar in hoe de waarde wordt laten zien aan bedrijven. Sanne komt bijna niet in aanraking met SGR via marketing. Ze hoort vooral via haar netwerk over de organisatie. Hierdoor mist SGR-kansen in de awareness fase.
Tijdens het oriënteren twijfelt Sanne, omdat het verschil met andere aanbieders niet duidelijk genoeg is. Ze weet niet goed wat SGR beter maakt. Ze kiest uiteindelijk voor SGR door de uitleg, de medische expertise en de vele onderzoeksmogelijkheden binnen het bedrijf. Dit geeft vertrouwen.
Tijdens het traject is ze tevreden. De begeleiding is goed en ze krijgt inzicht in de gezondheid van haar medewerkers. Na afloop ontstaat twijfel. Sanne weet niet zeker of het programma echt zorgt voor minder verzuim of betere prestaties. Of ze blijft, hangt af van de resultaten. Als SGR duidelijk kan laten zien wat het oplevert en goed blijft begeleiden, blijft ze klant. Als dat niet gebeurt, gaat ze kijken naar andere aanbieders.
Zie bijlage 14. Customer journey voor de volledig uitwerking.